Twee elementen karakteriseerden mijn tekeningen in, en in de jaren na mijn academie periode: uitingen van seksualiteit en reflectie op psychisch welzijn. De naakttekeningen die ik maak, mijn bescheiden weerwoord de wijze waarop onze maatschappij kijkt naar het naakte lichaam, hebben inmiddels elders een [eigen platform] gevonden. De noodzaak om mijn psyche beeldend te behandelen is met de jaren gestaag afgenomen. Een nieuw beginpunt bleek de vraag: wat blijft er over?

Sindsdien ben ik aan het herontdekken wat tekenen – altijd mijn eerste keus als middel tot expressie – ooit voor me was en stel ik mijzelf de vraag wat het nu voor mij kan betekenen. Ik ben bewuster gaan spelen in mijn maakproces. Zo zijn recente tekeningen eerder het gevolg van een actie, of een reeks van acties, in relatie tot mijn wil om beeld te maken. Op deze speelse wijze zoek ik de grenzen van mijn tekenwerk op.

Ondanks de ogenschijnlijke complexiteit visualiseren deze tekeningen/resultaten leuke vragen: kan ik een week bewuster ervaren? Kan ik fysiek de interactie met mijn werk aangaan? Kan een publiek door haar aanwezigheid een rol spelen in mijn werk? En uiteindelijk de laatste vraag die mijn denken van een kader verzorgt en de puzzel compleet maakt: goed, maar hoe teken ik dit?